Coulance in spoedsituaties noodzakelijk, vindt Van Beek
Karolien van Beek, een verloskundige uit Amsterdam, heeft in de rechtbank haar snelheidsboete aangevochten die ze kreeg tijdens een medische spoedsituatie. De boete van 124 euro, opgelegd voor het overschrijden van de snelheid met negen kilometer per uur, is inmiddels betaald, maar Van Beek wil met deze rechtszaak een probleem onder de aandacht brengen dat veel zorgverleners aangaat.
De zitting vond plaats op 15 juni 2026 in de Rechtbank Amsterdam, waar Van Beek niet alleen stond. Ongeveer tien collega’s kwamen haar steunen, met borden waarop teksten stonden als ‘Bloedspoed beboet’ en ‘Ik rijd te hard voor een goede start’. Hoewel deze borden niet mee de rechtszaal in mochten, onderstreepten ze wel de gezamenlijke boodschap van de verloskundigen.
De gebeurtenis dateert van 10 september 2024, kort na de invoering van de 30 kilometer per uur regeling in Amsterdam. Van Beek reed naar een urgente bevalling en kreeg vervolgens de onvermijdelijke boete. Bij binnenkomst in het gerechtsgebouw benadrukte ze dat ze deze zaak niet alleen voor zichzelf, maar voor alle verloskundigen in de stad aankaart.
Verloskundigen beschikken over een hulpverleningsvergunning en hebben soms ook ontheffingen voor parkeren, maar volgens Van Beek ontbreekt het aan een regeling die hen toestaat om in spoedsituaties sneller te rijden. “We moeten soms harder rijden om levens te redden,” legt ze uit. “Het is frustrerend om te moeten voldoen aan snelheidseisen als elke seconde telt.”
Van Beek pleit voor meer begrip en coulance in dergelijke situaties. “Als je weet dat je iemand kunt helpen, kun je niet rustig met 30 kilometer per uur rijden,” stelt ze. “Dit maakt ons werk onnodig stressvol.” Ze illustreerde haar punt met een voorbeeld van een bevalling die zich ’s nachts voordoet, waarbij snelheid cruciaal is.
De rechter wees erop dat het moeilijk kan zijn om aan te tonen dat er daadwerkelijk sprake was van een spoedsituatie, zonder de privacy van betrokken ouders te schenden. Van Beek is van mening dat het delen van relevante informatie met ouders essentieel is voor het verbeteren van deze processen.
Voor structurele veranderingen is echter de wetgever aan zet. “Het moet wettelijk geregeld worden dat we als hulpdienst worden erkend,” zegt Van Beek. Susan Dubbeldam, van het EVAA, een samenwerkingsverband van verloskundigen in Amsterdam, sluit zich hierbij aan en benadrukt dat noodhulpdiensten beter zichtbaar moeten zijn in het verkeer.
In 2024 vroegen verloskundigen al om een ontheffing voor het gebruik van trambanen, maar verkeerswethouder Melanie van der Horst wees dit verzoek af wegens bezwaren. De rechtszaak had onverwachte gevolgen: de rechter heeft de boete voor Van Beek kwijtgescholden. Dit gebeurde echter niet uit coulance, maar omdat er twijfels waren over de correctheid van de snelheidsaanduiding in de zone waar ze werd beboet. “Dat geld kunnen we gebruiken voor een kopje koffie in Amsterdam,” voegde ze lachend toe.


By











