Buurtbewoners verenigen zich na geweldsincident
In de Amstelkade en omliggende straten hangen sinds kort tientallen pridevlaggen aan de gevels van woningen. Deze actie is een steunbetuiging voor de buurtbewoners van wie de ruit werd ingegooid vanwege het uithangen van een regenboogvlag. De bewoners willen hiermee hun solidariteit tonen na het gewelddadige voorval.
Voor Gerben Sterringa en zijn gezin heeft de steun van de buurt veel betekend. Op 21 oktober werd een baksteen door het slaapkamerraam van zijn dochter gegooid. Gelukkig was ze nog niet aan het slapen, maar het voorval heeft een diepe indruk op hen achtergelaten. “Je wilt niet weten wat er was gebeurd als dit tien minuten later had plaatsgevonden,” zegt hij. Het gezin is nog steeds in shock van het incident.
De actie om vlaggen op te hangen is geïnitieerd door Els Streefkerk, die de betrokkenheid van de buurt benadrukt. “Je hoeft niet met iedereen eens te zijn, maar we moeten elkaar op een liefdevolle manier steunen. Dit soort geweld kan echt niet,” aldus Streefkerk.
Toch blijkt niet iedereen bereid om een pridevlag op te hangen. Sommige bewoners vrezen voor vernielingen, of zelfs dat zij zelf het doelwit worden van geweld. Een buurtbewoner geeft aan lang over deze keuze nagedacht te hebben en uiteindelijk besloten te hebben om geen vlag op te hangen, wat bij haar schuldgevoelens oproept.
Els Streefkerk begrijpt dat niet iedereen zich veilig voelt om deel te nemen aan de actie. Ze erkent dat het uithangen van een vlag ook als polariserend kan overkomen. “We willen verbinden, maar door ons uit te spreken kunnen we ook mensen tegen ons krijgen. Een steen door de ruit is echter onacceptabel en daar moeten we tegen opstaan,” zegt ze.
Na het voorval gaat het inmiddels beter met Gerben’s dochter. Na een paar nachten bij haar ouders te hebben geslapen, slaapt ze weer in haar eigen bed. Voor het gezin overheerst vooral dankbaarheid voor de steun uit de buurt: “Het is hartverwarmend om te merken dat mensen achter ons staan. Amsterdam is toch zo slecht nog niet,” concludeert Gerben.


By











