Justitie vraagt tot 16 jaar voor betrokken verdachten
In de Amsterdamse rechtbank heeft het Openbaar Ministerie celstraffen tot zestien jaar geëist in de zaak rond de dood van de 24-jarige kickbokser Mehdi Rebroub, die in juni 2024 onder de Amsterdamsebrug werd doodgeschoten. Yassine El M. wordt gezien als de hoofdverdachte en heeft bekend de fatale schoten te hebben gelost.
Het tragische voorval vond plaats rond twee uur ’s nachts, toen Rebroub samen met een vriend en diens vriendin naar de brug in Amsterdam-Oost reed. Volgens justitie was er sprake van een zorgvuldig gepland misdrijf, waarbij de verdachten het slachtoffer naar die locatie hadden gelokt met de intentie om een Rolex-horloge te stelen.
De vriend van Rebroub was vooraf gewaarschuwd en had zijn waardevolle horloge niet bij zich. Rebroub kwam met hem mee als extra ondersteuning. Toen zij op de afgesproken plek arriveerden, werden zij geconfronteerd met twee gemaskerde mannen die hen dwongen hun spullen af te geven. De situatie escaleerde snel toen de vriend in een nekklem werd gehouden en Rebroub werd beschoten toen hij probeerde te reageren.
“De overval is gierend uit de klauwen gelopen,” aldus de officieren van justitie. Na het schieten heeft de hoofdverdachte de vriend en zijn vriendin nog onder druk gezet om hun bezittingen af te geven. De officieren gaven aan dat de dodelijke afloop het hoofdpersonage niet leek te raken.
Het onderzoek naar deze zaak is gebaseerd op afgeluisterde gesprekken, waaronder communicatie tussen de verdachten in een auto en gesprekken in de gevangenis. Hieruit bleek dat El M. en medeverdachte Faruk E. zich bewust waren van hun betrokkenheid bij de dodelijke schietpartij.
- Yassine El M.: tot 16 jaar cel geëist, beschuldigd van gekwalificeerde doodslag.
- Faruk E.: tien jaar cel geëist, betrokken bij de wapens.
- Een 21-jarige verdachte: zeven jaar voor het leveren van wapens.
- Een 20-jarige verdachte: vier jaar voor het lokken van de slachtoffers.
De hoofdverdachte beweert dat hij handelde uit noodweer omdat Rebroub een beweging naar hem zou maken, maar volgens het Openbaar Ministerie zijn daar geen bewijsstukken voor aangetroffen. De rechtbank zal op 16 oktober uitspraak doen in deze zaak, die veel vragen oproept over geweld en criminaliteit in de hoofdstad.


By











