Verhogingen voor bewonersvergunningen in centrum en daarbuiten
Vanaf 2027 worden parkeervergunningen in Amsterdam aanzienlijk duurder, met name voor bewoners in het centrum, West, Zuid en Oost. De gemeente heeft besloten om de kosten met 15 euro per maand te verhogen, terwijl bewoners in andere gebieden binnen de ring een verhoging van 12,50 euro per maand kunnen verwachten.
Met deze aanpassing komt de jaarlijkse kosten van een parkeervergunning in het centrum uit op 857 euro, een stijging van bijna 27 procent ten opzichte van het huidige tarief van 677 euro. Voor de meeste vergunninghouders in de wijken West, Zuid en Oost wordt de prijs 550 euro per jaar, wat een verhoging van 37,5 procent betekent.
In specifieke wijken zoals Buitenveldert, De Kolenkit en Slotervaart stijgen de kosten met 10 euro per maand. Dit brengt de jaarlijkse vergunning in de Prinses Irenebuurt op 520 euro, terwijl het tarief in de andere gebieden verdubbelt naar 240 euro per jaar.
Verhoging ook voor Weesp
In Weesp worden de kosten van de parkeervergunning ook verhoogd met 2,20 euro per maand. Dit zorgt ervoor dat de tarieven gelijkgetrokken worden met die in andere delen van Amsterdam waar betaald parkeren al langer van kracht is. De kosten voor een tweede vergunning zullen met 2,5 keer het tarief van de eerste vergunning omhooggaan.
Wethouder Elise Moeskops legt uit dat deze verhogingen noodzakelijk zijn om de druk op de openbare ruimte te verlichten. Ze benadrukt dat er alternatieven zijn voor autogebruik in deze gebieden, zoals goed openbaar vervoer en deelmobiliteitsoplossingen.
Kortingspercentages omlaag
Naast de verhogingen van parkeerkosten, verlaagt de gemeente ook het kortingspercentage voor bezoekers van 65 procent naar 40 procent. Voor ouderen en bewoners met een beperking geldt een vergelijkbare verlaging van het kortingspercentage op kraskaartvergunningen. Bovendien wordt de leeftijd om zo’n vergunning aan te vragen verhoogd naar 67 jaar.
De gemeente stelt dat deze maatregelen bijdragen aan een eerlijkere verdeling van de schaarse ruimte in de stad en dat leefkwaliteit, gezondheid en duurzaamheid daarbij centraal staan. Er is een duidelijke verschuiving naar het stimuleren van lopen, fietsen en openbaar vervoer als belangrijkste vervoersmiddelen.


By











