Onzekerheid rond demonstratierecht in Amsterdam
Burgemeester Femke Halsema heeft op 19 oktober een gesprek gevoerd met minister David van Weel van Justitie en Veiligheid over de recente demonstratie op 7 oktober, waar deelnemers spandoeken met pro-Hamas boodschappen toonden. De minister had eerder zijn onbegrip uitgesproken over het niet ingrijpen van de burgemeester, maar erkent nu dat er geen wettelijke basis was voor optreden.
Tijdens de protestactie in het centrum van Amsterdam werden teksten zoals “We support Hamas” en “Long live the 7th of October” getoond, wat leidde tot grote verontwaardiging. Halsema gaf aan de uitingen met afschuw te hebben bekeken, maar benadrukte dat de vrijheid van demonstratie hen niet toestond om in te grijpen.
De politieke reacties waren heftig. Minister Van Weel stelde in de Tweede Kamer dat dit soort uitingen niet geaccepteerd konden worden en riep Halsema op om actie te ondernemen. Na hun ontmoeting gaf Halsema aan dat er een misverstand was over de interpretatie van de wet, wat nu is opgehelderd. “De minister lijkt onze opvatting nu te delen,” aldus Halsema.
Het gesprek was niet bedoeld als een confrontatie, zo liet Halsema weten. De minister gaf aan dat hij eerst contact met haar had moeten opnemen voordat hij zich in de Kamer uitsprak. Na afloop van hun gesprek zei Van Weel dat hij nu begrijpt dat de burgemeester geen andere keuze had dan het laten voortduren van de demonstratie.
De burgemeester werd in de Kamer ook bekritiseerd door BBB-kamerlid Caroline van der Plas, die pleitte voor haar vervanging als hoofd van de Veiligheidsregio. Halsema reageerde hierop door te stellen dat deze kritiek haar niet raakt, maar dat het ondermijnen van het burgemeestersambt een ernstige zaak is.
Een belangrijk aspect dat naar voren kwam tijdens de discussie is het gebrek aan wettelijke mogelijkheden om op te treden tegen het verheerlijken van terrorisme. Halsema wees erop dat er al jaren over deze kwestie wordt gesproken in de Tweede Kamer, maar dat er nog geen wetgeving is aangenomen. “In plaats van boos op zichzelf te worden, richten ze hun woede op de uitvoerder van de wetten,” aldus Halsema.
Halsema toonde zich echter terughoudend ten aanzien van het invoeren van een nieuwe wet. Ze erkent dat dit haar meer mogelijkheden zou geven om op te treden, maar stelt ook dat er complicaties zijn bij het definiëren van wat als verheerlijken van terrorisme moet worden beschouwd. “De Kamer moet daar eindelijk eens een ordelijk debat over voeren,” zei ze.
Met een nieuwe demonstratie in het vooruitzicht op 8 november, waar vorig jaar een massale opkomst van een half miljoen mensen was, lijkt er druk op de regering te staan om snel met oplossingen te komen. De burgemeester benadrukt dat er haast geboden is om herhaling van dergelijke uitingen in de toekomst te voorkomen.


By











