Bewonersgroep vraagt om sluiting kunstmestfabriek
Kunstmestfabriek ICL in Amsterdam-Noord is verplicht een dwangsom van 250.000 euro te betalen wegens een te hoge uitstoot van zoutzuur. De Gedeputeerde Staten van de provincie hebben de bezwaren van het bedrijf ongegrond verklaard, na controles die in oktober en januari zijn uitgevoerd. Deze controles toonden aan dat de uitstoot veel hoger was dan toegestaan in de vergunning, wat leidde tot klachten van omwonenden over geïrriteerde luchtwegen en prikkende ogen.
De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, die toezicht houdt op de milieuaspecten, benadrukt het belang van een gezonde leefomgeving. ICL wordt aangespoord om de uitstoot van zoutzuur zo snel mogelijk te reduceren naar het vergunde niveau. Het bedrijf had bezwaar gemaakt tegen de gebruikte meetmethode, maar kreeg hierin geen gelijk van de autoriteiten.
In de komende maanden zal de toezichthouder opnieuw metingen uitvoeren. Indien ICL opnieuw te veel zoutzuur uitstoot, kan het bedrijf wederom een dwangsom van maximaal 250.000 euro opgelegd krijgen. Bij blijvende tekortkomingen zijn er mogelijk ‘nieuwe zwaardere handhavingsstappen’ te verwachten, aldus de Omgevingsdienst.
Voor de bewonersgroep Adem Vrij aan het IJ, die voornamelijk bestaat uit inwoners van de Noorderlingen wijk, is dit nieuws een opsteker. De groep is gefrustreerd over de vervuiling en roept al geruime tijd op tot sluiting van de fabriek. Ze stellen dat met zo’n hoge zoutzuuruitstoot de fabriek onmiddellijk stilgelegd moet worden totdat de problemen zijn opgelost.
ICL heeft echter aangegeven dat uit hun eigen metingen geen overschrijding zou blijken. Het bedrijf kan nog in beroep gaan tegen het besluit, maar heeft aangegeven dat het de uitspraak nog niet heeft ontvangen en deze eerst zal bestuderen voordat het met een reactie komt.


By











